dinsdag 16 augustus 2011

Deutschland uber alles

Premier Rutte gaat aan de Kamer nog maar eens uitleggen dat hij niet handig heeft gecommuniceerd over het Griekse reddingsplan. Dat hij een andere rekensom in gedachten had, maar dat die wel klopt. Daarover gaan oppositiepartijen zich vervolgens heel druk maken en dan is het ritueel van boetedoening voltooid.


Het brengt de oplossing van de Europese schuldencrisis geen stap dichterbij. Nu zelfs Frankrijk meegesleurd dreigt te raken in de crisis en het eindspel in zicht komt, kunnen politici de problemen niet veel langer meer voor zich uit schuiven.

Er moet een definitieve oplossing komen, wil de euro voortbestaan daarover zijn de meeste economen het wel eens. Dat brengt ons bij de vraag hoe die oplossing eruit ziet.

1 Verhoging van het noodfonds

Een veelbesproken mogelijkheid is verhoging van het Europese noodfonds (EFSF) om aan alle speculatie een einde te maken. In het zwakkelandenpotje zit nu 750 miljard, waarvan een flink deel al is uitgeleend aan Portugal, Ierland en Griekenland. Het noodfonds is bij lange na niet groot genoeg om ook Italië en Spanje van geld te voorzien, wat precies de reden is dat het fonds geen einde heeft gemaakt aan verspreiding van de schuldencrisis. Verdubbel het fonds en de rust keert terug, luidt de redenering.

Maar veel enthousiasme is er niet om het fonds op te rekken tot 1.500 miljard euro of meer. Het betekent namelijk dat landen veel grotere garanties moeten afgeven voor het EFSF. Gevaar bestaat dan dat bijvoorbeeld Frankrijk als minder kredietwaardig gezien wordt en daarom meer rente moet gaan betalen. Voor Italië met zijn grote staatsschuld is het waarschijnlijk zelfs onbetaalbaar. Het land zou daarom kunnen besluiten uit het EFSF te stappen, waardoor sterke landen als Duitsland en Nederland opdraaien voor een groter deel van de garanties (voor Nederland nu 26 miljard euro). Dat brengt vervolgens zelfs onze hoge kredietwaardigheid in gevaar een domino-effect dreigt.

Daar staat tegenover dat de sterke landen veel geld zouden kunnen verdienen aan Spaanse en Italiaanse obligaties. Die zijn nu al flink in waarde gedaald en kunnen dus een prima rendement opleveren. Moeten die landen natuurlijk niet failliet gaan. Met een flinke schop onder de begrotingskont moet dat lukken, even afgezien van Griekenland dan.

2 Euro-obligaties

Dit is de ultieme oplossing. Met gezamenlijke obligaties worden we een soort Verenigde Staten van Europa, waarmee de muntunie hoogstwaarschijnlijk overleeft. In dit model leent de eurozone via één instituut geld en verspreidt dat onder de lidstaten. We delen dus alle risico’s en alle schuld wordt collectief.

Risico bestaat dat de rente die we dan moeten betalen hoger is dan de (zeer lage) rente die Nederland nu kwijt is. Dat geldt ook voor Duitsland, dat zich altijd sterk tegen dit idee heeft verzet; niet alleen vanwege de rente maar ook omdat het land bang is dat de Zuid-Europese landen zonder tucht van de markt (lees: hoge, disciplinerende rente) zich niet netjes aan de Brusselse begrotingsregels houden – een vrees die op zijn zachtst gezegd niet ongegrond is.

Duitsland en Frankrijk wezen euro-obligaties afgelopen weekend af, maar de toon is veranderd. De Duitse minister van Financiën zei euro-obligaties uit te sluiten, ‘zolang lidstaten hun eigen begrotingsbeleid voeren’. Met andere woorden: euro-obligaties liggen op tafel.

Mocht Duitsland door de knieën gaan, dan zullen de Duitsers – en de regering-Rutte – als grootste crediteur van de eurozone eisen dat landen zeer strikt begrotingsbeleid gaan voeren. Ze zullen naar verwachting grote invloed willen hebben op zaken als loonvorming, pensioenleeftijd, hervorming van de arbeidsmarkt et cetera. Iedereen, zelfs de zwartwerkende Griek, moet zich noodgedwongen als een Duitser gaan gedragen. Welkom in de Verenigde Europese Staten van Duitsland.

3 We gooien ze eruit

We houden de euro, maar gaan verder zonder maffiastaat Italië en het corrupte Griekenland. Deze populistische gedachte speelt, niet in de laatste plaats omdat het goed is uit te leggen aan kiezers die niets meer van de euro en die ‘knoflooklanden’ moeten hebben. Dat het verwijderen van landen uit de eurozone helemaal niet kan, is geen obstakel om de suggestie te doen. Landen kunnen alleen vrijwillig de eurozone verlaten, maar hoe dat moet is een raadsel. Er is nog geen
exit-mechanisme om dat op een ordelijke manier te doen. Daar wordt overigens wel aan gewerkt.

Hoe eenvoudig een exit van zwakke landen ook lijkt, toch krijgt het idee weinig navolging. Het is nu eenmaal niet denkbeeldig dat in zo’n scenario de muntunie verder uit elkaar valt, de Europese droom uiteen spat en we ons in een depressie storten. Probleem is dat als deze landen uit de euro vertrekken, hun nieuwe munt sterk in waarde zal dalen, terwijl ze schulden in euro’s hebben. Zeker Griekenland gaat dan meteen failliet, wat kan leiden tot grote financiële instabiliteit.

Het is deze vrees die Europese politici iedere keer weer tot een volgende stap beweegt. Hoe moeizaam de besluitvorming ook gaat, het einde van de muntunie is nog steeds onvoorstelbaar.

Bron: De pers



Deel!

comments powered by Disqus