vrijdag 18 november 2011

Video: Nederlandse cocaïnefabriek maakte vechtmachines en verslaafden van soldaten

Voor drugs moet je in Nederland zijn. In 1900 stond Nederland al in kleine kring bekend als leverancier. In Amsterdam was een fabriek die Duitse en Engelse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog van grote hoeveelheden cocaïne voorzag.

De militairen werden dankzij het witte poeder moedige vechtmachines. Conny Braam schreef er de roman De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek over.

"Een ziekenbroeder boog zich over Robin heen, hij graaide in zijn eerste hulp kist, haalde een flesje tevoorschijn, trok de stop ervan af. 'Open die muil’, riep hij. Robin keek hem angstig aan, de broeder wrikte zijn mond open, duwde een tablet naar binnen en gaf hem een slok rum, het beven hield op. Robin voelde zich euforisch. ‘Mannen, we trekken ten strijde’, brulde een officier met uitpuilende ogen.

Harddrug
Zo beschrijft Conny Braam in haar roman 'de Handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek' hoe Robin Ryder in de Eerste Wereldoorlog in een loopgraaf cocaïne toegediend krijgt.

Het verhaal van de Nederlandse handel in cocaïne is waar gebeurd, maar de twee hoofdpersonen zijn fictief. Lucien Hirschland is de handelsreiziger die de harddrug verkoopt aan Engelse en de Duitse farmaceutische firma's. Robin Ryder is de soldaat die het witte poeder inneemt.

Leverancier
Braam ontdekte dat Nederland in de Eerste Wereldoorlog de grootste leverancier van cocaïne was. Op de kolonie Java werden de cocaplanten geteeld. Vervolgens werden de bladeren - die een hoge dosis alkaloïde bevatten - in de fabriek aan de Weespertrekvaart verwerkt tot zuivere cocaïne.

Volgens de schrijfster was de verslavende werking van dit middel rond 1900 al bekend. De psychiater Sigmund Freud had er al mee geëxperimenteerd en erover gepubliceerd in het boek ‘Über Kokain’. Desondanks werden de gevaren genegeerd en leverde Nederland – neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog – de drug aan alle oorlogvoerende landen: Duitsland, Groot-Brittannië, Amerika, Frankrijk en Canada.

Uniek middel
"Ik vond een onderzoek van een Duitse wetenschapper uit het eind van de negentiende eeuw. Hij ontdekte dat het voor Duitse soldaten een uniek middel is", vertelt Braam. "Het verdrijft het hongergevoel en je wordt er buitengewoon agressief van. Daarnaast verlies je je inschattingsvermogen ten aanzien van gevaar. Dat leek te passen in deze krankzinnige oorlog, waarin tienduizenden soldaten over de lijken van hun vrienden moesten kruipen om rechtstreeks de Duitse mitrailleurs tegemoet te rennen."

Ook in een farmaceutisch weekblad vond Conny Braam het bewijs dat de cocaïne van de Nederlandse fabriek niet als verdovend, maar als stimulerend middel werd gebruikt. Volgens het tijdschrift heeft de fabriek fantastisch gedraaid tijdens de oorlogsjaren.

Leger van verslaafde soldaten
Soldaten kregen vlak voor ze de loopgraven uit kropen cocaïne toegediend met een slok rum. De alcohol versterkte het effect van de drug. Ook leest Braam in de Engelse krant The Times dat een Engels bedrijf omstreeks 1914 het middel Forced March op de markt bracht. Dit waren tabletten die cocaïne bevatten. Volgens advertenties is dit een geschikt middel om cadeau te doen aan familieleden aan het front. Door de drug ontstaat een nieuw leger. Een leger van verslaafde soldaten.

"Het meest dramatische ervan is dat er buiten de grote hoeveelheid doden die er gevallen zijn, na die Eerste Wereldoorlog grote hoeveelheden zwaar verslaafde soldaten waren", legt Braam uit. "Die zochten na die oorlog opnieuw naar dat middel."

Ook soldaat Robin Ryder struint stad en land af op zoek naar cocaïne. Allereerst vindt hij het in het ziekenhuis, waar hij terecht komt als hij zwaargewond raakt. Ryder verliest letterlijk zijn gezicht en leeft verder achter een cosmetisch masker. Zijn zoektocht naar de drug leidt hem verder naar de handelsreiziger Lucien. "De wikkels die hij van Lucien gekregen had, schudde hij leeg boven het bureaublad en hij snoof de poeder op. Even wankelde hij van de knal in zijn achterhoofd, zijn bloed begon te bruisen en zijn hart stuiterde in zijn ribbenkast”, beschrijft Braam in haar boek.

Zwarte markt
Na de oorlog rees de verdenking dat cocaïne uit de legale fabriek op de zwarte markt belandde. Braam ontdekte dat de productie ook na 1918 hoog bleef. De fabriek bleef zelfs tot 1963 bestaan. "Het farmaceutisch weekblad schrijft dat de cocaïnefabriek zo goed door de Eerste Wereldoorlog was gekomen omdat ze in 1942 amfetamine ging produceren. Voor het Duitse leger had dit middel hetzelfde effect als cocaïne. Het is een stimulerend middel, geen geneesmiddel. Het is een hele zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis."
Bron: rnw.nl

Kijkt u hier zelf naar de naakte feiten over deze zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis, met een knipoog naar Kapitein Kroon of zoals hij het zelf zegt: "Als ze oorlog willen, dan kunnen ze oorlog krijgen!"





Beluister hier het geluidsfragment van de bron rnw.nl

Deel!

comments powered by Disqus