vrijdag 19 april 2013

Video: Het leger der werkelozen groeit uit tot een Oranje legioen!

AMSTERDAM – De werkloosheid in Nederland spuit op dit moment omhoog. Nadat het tempo waarin het leger arbeidslozen in Nederland vanaf december al steeg tot 20.000 mensen per maand extra, zette het werkloosheidscijfer in maart met 30.000 erbij daar nog eens een versnelling bovenop. Inmiddels zitten 643.000 mensen, of 8,1% van de beroepsbevolking, ongewild zonder baan.

De werkloosheid in de groep tussen de 25 en 45 jaar groeide de afgelopen maand zowel absoluut als relatief het hardst. Dat is opvallend aangezien bij ontslagrondes de jongeren er vaak het eerst uitgaan. Volgens CBS-econoom Peter Hein van Mulligen lijkt dit het gevolg van een toename van het aantal faillissementen. „Daarbij maakt leeftijd niet uit. Het baanverlies dat optreedt, vindt plaats zonder aanzien des persoons.”

De middengroep vormt de ruggengraat van de beroepsbevolking.

„Ze zijn met de helft van de totale beroepsbevolking niet alleen het meest talrijk in aantal en de categorie met de hoogste arbeidsparticipatie, het is ook de groep met opgroeiende kinderen, waar baanverlies vaak extra hard aankomt”, zegt Van Mulligen, die gisteren geen exacte gegevens voorhanden had over de tijd die de diverse leeftijdsgroepen nodig hebben voor het vinden van een nieuwe baan. „Maar het is wel bekend dat jongeren weer het snelst aan het werk zijn. Langdurige werkloosheid zie je het meest onder ouderen. Hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het is om een nieuwe baan te vinden.”

De werkloosheidscijfers overtreffen de ramingen van het CPB in negatieve zin. Terwijl het planbureau in september het werkloosheidspercentage voor heel 2013 nog gemiddeld op 7% raamde, ligt het percentage drie maanden in het nieuwe jaar al op 8,1%.

Jongeren mogen dan wel relatief snel aan een baan komen, de werkloosheid ligt onder hen wel het hoogst. De gevolgen op de langere termijn van jeugdwerkloosheid op het verloop van een carrière lijken mee te vallen, blijkt uit onderzoek van het Researchcentrum voor onderwijs en arbeidsmarkt (Roa) naar de loopbanen van mensen die in de moeilijke jaren 1981 tot 1984 de arbeidsmarkt betraden. Zo’n 25 jaar later bleken zij geen slechtere posities te bekleden dan mensen die voor of na hen aan het werk gingen. Wel verdienden zij iets minder.

„Hoe schadelijk een periode van werkloosheid aan het begin van een loopbaan uitpakt voor de rest van de carrière van de huidige starters is vooral afhankelijk van de tijd dat ze aan de kant staan”, zegt Andries de Grip, hoogleraar economie aan de Universiteit Maastricht. „Hoe lang het gaat duren, is niet te zeggen. In de jaren tachtig ontstonden tegen het einde van het decennium alweer tekorten. Werkloosheid is vooral een kwestie van conjunctuur en dat is van alle tijden. Maar we zitten nu wel in een zeer ernstige dip.”

Als de arbeidsmarkt weer aantrekt, zijn het waarschijnlijk de jongeren die als eersten zullen profiteren. Pas later komen ook de ouderen in het vizier van de werkgevers. „Om jongeren een steuntje in de rug te geven, zouden overheden en bedrijven traineeships voor ze moeten regelen”, zegt De Grip. „Voor zowel bedrijven als overheid is het belangrijk ervoor te zorgen dat de kennis van de jongeren niet aan slijtage onderhevig raakt. Bovendien is het voor organisaties belangrijk om hun leeftijdsopbouw in balans te houden.”

Wat de afgelopen tijd onderbelicht is gebleven, is dat de afgelopen jaren de leeftijd waarop mensen met pensioen gaan, erg snel is opgelopen van 61 naar 63,5 jaar, zegt De Grip. „Dat betekent dat er nu 2,5 jaarlichting mensen meer op de arbeidsmarkt is. Dat effect merk je, omdat die banen de afgelopen jaren niet vrij zijn gekomen.”

Snel aantrekken ziet De Grip de werkgelegenheid niet, omdat de economische groei die vooraf moet gaan aan herstel op de arbeidsmarkt, nog in geen velden of wegen te bekennen is. Lichtpuntje is wel dat door de golf aan babyboomers die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, de arbeidsmarkt vanzelf krapper zal worden. En hoewel veel bedrijven er nog voor kiezen lege plekken voorlopig niet op te vullen, komt aan die stop op een gegeven moment een einde. „Daar kun je niet eeuwig mee doorgaan. Er komt een moment dat de wal het schip keert.”

Deel!

comments powered by Disqus